Laatst bijgewerkt op: 22 januari 2026
Dividendbelasting speelt een belangrijke rol bij het uitkeren van winst door een BV of NV en raakt direct aan de fiscale positie van aandeelhouders en ondernemers.
Dividend uitkeren lijkt op het eerste gezicht eenvoudig: er is winst en die wordt verdeeld onder aandeelhouders. In de praktijk komt daar meer bij kijken. De wet stelt voorwaarden aan het moment van uitkering, aan de financiële positie van de onderneming en aan de fiscale afhandeling.
Voor directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) en MKB-ondernemers is dividendbelasting vaak onderdeel van bredere keuzes over vermogensopbouw, herinvesteren of privé-inkomen. Een goed begrip van de regels voorkomt fouten, naheffingen en onnodige belastingdruk.
In dit artikel lees je hoe dividendbelasting werkt, wanneer je belasting verschuldigd bent, hoe de berekening verloopt en welke uitzonderingen en aandachtspunten relevant zijn.
Inhoudsopgave
Wat is dividendbelasting?
Dividendbelasting is een belasting die wordt geheven over winstuitkeringen van vennootschappen aan hun aandeelhouders. Het woord dividend is afgeleid van het Latijnse dividere, wat ‘verdelen’ betekent. Het gaat dus om belasting over het verdelen van winst.
In Nederland wordt dividendbelasting ook wel opbrengstbelasting genoemd. In België spreekt men van roerende voorheffing. De kern is vergelijkbaar: de uitkerende vennootschap houdt belasting in en draagt deze af aan de fiscus.
Waarom keren bedrijven dividend uit?
Een onderneming met winst heeft grofweg twee opties: herinvesteren in de onderneming of (een deel van) de winst uitkeren aan aandeelhouders.
Dividenduitkeringen worden vaak gezien als signaal van financiële gezondheid en stabiliteit. Voor investeerders kan een structureel dividendbeleid aantrekkelijk zijn, omdat het zorgt voor voorspelbare inkomsten.
Sommige ondernemingen keren ook dividend uit in jaren met een lagere winst of zelfs verlies, door gebruik te maken van opgebouwde reserves. Dat mag alleen als de financiële positie van de onderneming dit toelaat.
Dividenduitkering en bedrijfsovername
Bij een dividenduitkering is altijd een formeel besluit nodig. De algemene vergadering van aandeelhouders besluit tot uitkering, waarna het bestuur goedkeuring moet geven.
Bij bedrijfsovernames komt dividend regelmatig terug in de vorm van een zogenoemde debt and cash free-transactie. Daarbij wordt vóór overdracht dividend uitgekeerd om overtollige liquide middelen uit de onderneming te halen.
Balanstest en uitkeringstest
De wet verplicht bij dividenduitkeringen tot:
een balanstest: is er voldoende eigen vermogen?
een uitkeringstest: kan de onderneming haar verplichtingen blijven nakomen?
Als deze tests niet correct worden uitgevoerd, kan het bestuur persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.
Overweeg je een dividenduitkering in aanloop naar een overname?
Laat je financiële en juridische positie toetsen door een adviseur.
Wet op de dividendbelasting 1965
De dividendbelasting is geregeld in de Wet op de dividendbelasting 1965, die het Besluit op de Dividendbelasting 1941 verving. De wet beschrijft onder meer:
wie belastingplichtig is;
welke tarieven gelden;
hoe de heffing plaatsvindt;
welke vrijstellingen van toepassing zijn.
De dividendbelasting levert de Nederlandse schatkist jaarlijks meerdere miljarden euro’s op.
Wie is dividendbelasting verschuldigd?
Iedere ontvanger van dividend is in beginsel dividendbelasting verschuldigd. Dat geldt voor:
natuurlijke personen;
rechtspersonen, zoals BV’s en NV’s.
De belastingplicht ontstaat op het moment dat dividend wordt vastgesteld, niet op het moment van uitbetaling. Vrijstellingen kunnen van toepassing zijn, met name bij deelnemingen.
Hoe werkt dividendbelasting in de praktijk?
Voor de fiscale behandeling is het onderscheid tussen twee soorten dividend van belang:
Deelnemingsdividend
Is de ontvanger een rechtspersoon met een belang van 5% of meer in de uitkerende vennootschap, dan is sprake van deelnemingsdividend.
Beleggingsdividend
Bij belangen van minder dan 5% wordt gesproken van beleggingsdividend.
Dit onderscheid bepaalt of dividendbelasting moet worden ingehouden en of verrekening mogelijk is.
Vrijstellingen en deelnemingsdividend
Bij deelnemingsdividend van een in Nederland gevestigde vennootschap geldt doorgaans een inhoudingsvrijstelling. De uitkerende vennootschap hoeft dan geen dividendbelasting in te houden.
Is er toch dividendbelasting ingehouden, dan kan deze worden verrekend via de aangifte vennootschapsbelasting van de ontvangende partij.
Hoeveel belasting betaal je over dividend?
Het standaardtarief voor dividendbelasting bedraagt 15%. Dit is een voorheffing.
Voor DGA’s en particuliere aandeelhouders volgt daarna nog de heffing in de inkomstenbelasting:
Dividend valt in box 2 bij een aanmerkelijk belang (5% of meer).
Het box 2-tarief bedraagt 26,9% (huidig tarief).
De reeds ingehouden dividendbelasting wordt hierop in mindering gebracht.
Dividendbelasting berekenen: een voorbeeld
Stel: je ontvangt € 500 bruto dividend.
De vennootschap houdt 15% dividendbelasting in: € 75.
Je ontvangt netto € 425.
In box 2 ben je 26,9% verschuldigd over € 500: € 134.
De reeds betaalde € 75 wordt verrekend.
Je betaalt nog € 59 bij via de aangifte inkomstenbelasting.
Is dividendbelasting aftrekbaar?
Dividendbelasting is geen kostenpost, maar een verrekenbare voorheffing:
Voor natuurlijke personen: verrekening met inkomstenbelasting.
Voor ondernemingen: verrekening met vennootschapsbelasting.
Waarom dividendbelasting een voorheffing is
De dividendbelasting wordt direct bij uitkering ingehouden om belastingontwijking te voorkomen. De uitkerende vennootschap is verantwoordelijk voor inhouding en afdracht.
De afdracht moet plaatsvinden binnen één maand na vaststelling van het dividend. Dat is niet altijd dezelfde datum als de daadwerkelijke uitbetaling.
Gevolgen van te late afdracht
Bij te late of onjuiste afdracht kan de Belastingdienst:
een naheffingsaanslag opleggen;
een boete opleggen;
belastingrente berekenen.
Ook het te laat indienen van de aangifte dividendbelasting kan worden beboet.
Tarieven en boxenstelsel
De uiteindelijke belastingdruk hangt af van de situatie:
Box 2: aanmerkelijk belang (DGA’s).
Box 1 of 3: afhankelijk van type dividend en herkomst.
Buitenlands dividend kent afwijkende verrekenregels.
Dit maakt dividendbelasting bij uitstek maatwerk.
Politieke discussie over afschaffing
In 2017–2018 werd serieus gesproken over afschaffing van de dividendbelasting om het vestigingsklimaat te verbeteren. Het voorstel stuitte op brede maatschappelijke weerstand en werd uiteindelijk ingetrokken.
De dividendbelasting blijft daarmee voorlopig onderdeel van het Nederlandse belastingstelsel.
Conclusie: zo ga je correct om met dividendbelasting
Dividendbelasting is geen losstaand onderwerp, maar onderdeel van bredere financiële en fiscale keuzes. Zorg dat:
dividend juridisch correct wordt vastgesteld;
de uitkering financieel verantwoord is;
aangifte en afdracht tijdig plaatsvinden;
de voorheffing correct wordt verrekend.
Wil je weten wat in jouw situatie fiscaal verstandig is?
Bespreek je dividendstrategie met een ervaren adviseur.
Veelgestelde vragen over dividendbelasting
Wanneer moet dividendbelasting worden afgedragen?
Binnen één maand na vaststelling van het dividend.
Is dividendbelasting altijd 15%?
Ja, het standaardtarief is 15%, maar de uiteindelijke belastingdruk kan hoger zijn door box 2-heffing.
Moet ik altijd aangifte doen?
De uitkerende vennootschap moet aangifte doen, tenzij een inhoudingsvrijstelling geldt.
Kan ik dividendbelasting terugkrijgen?
Ja, via verrekening in de inkomsten- of vennootschapsbelasting.
Wat is het verschil tussen dividenddatum en vaststellingsdatum?
De vaststellingsdatum bepaalt het moment van belastingplicht, niet de uitbetalingsdatum.
Geldt dividendbelasting ook bij buitenlandse aandeelhouders?
Ja, maar verdragen en verrekenregels kunnen de effectieve belasting wijzigen.
Over Claassen, Moolenbeek & Partners
Claassen, Moolenbeek & Partners (CM&P) is een bedrijfskundig advieskantoor dat de Nederlandse mkb-ondernemer begeleidt bij strategieformulering en implementatie, bedrijfsovername (aan & verkoop) en/of het bepalen en regelen van de financieringsbehoefte.
Onze organisatie bestaat uit ±50 partners met ieder hun eigen expertise op het gebied op de genoemde diensten. Sinds de oprichting in 1983 is ons partnernetwerk steeds groter en deskundiger geworden. We werken landelijk vanuit 9 regio’s in Nederland en hebben in alle regio’s één of meerdere kantoren.
Of je nu te maken hebt met complexe vraagstukken omtrent bedrijfsovername, strategische keuzes of het verkrijgen van de juiste financiering, er staat altijd een ervaren partner in jouw nabije omgeving klaar om je te begeleiden naar een succesvol eindresultaat. Bekijk onze partnerpagina en kom in contact met de partner die het beste bij jouw vraagstuk past.