// Eduard Claassen kiest voor andere rol

Deel deze pagina

7 april 2016



Een bijzonder moment voor elke onderneming; een van de grondleggers van het bedrijf, gaat meer aan de zijlijn staan. De bedrijfsleiding komt meer in andere handen.

Bij Claassen,Moolenbeek&Partners is dit nu ook het geval. Eduard Claassen, mede-oprichter van CM&P in 1983, heeft zijn taak als operationeel directeur neergelegd op de dag dat hij 60 werd. Hij blijft nog wel bij de organisatie betrokken, nu als strategisch adviseur.

Door een, zoals hij dat zelf noemt, “tijdig” vertrek wil hij ruimte maken voor de verdere vernieuwing. In iedere organisatie is het van belang dat je blijft verbeteren, aanpassen, innoveren. “Ik voel me zeker nog in staat om daaraan mee te denken, maar ik weet dat ik de uitvoering nu beter aan anderen kan overlaten.”

Eduard Claassen doet dus een stapje terug. De leiding blijft in handen van het overige management Bart van Dijk, Robert Claassen en Jules van Berlo. Die zich gesteund weten door de wijze raad van Eduard Claassen, iemand die als geen ander de rol van bedrijfsadviseur weet te vervullen.

Eduard: “Het is een fantastische tijd geweest waarbij ik aanvankelijk samen met Coen Moolenbeek een goede basis heb kunnen leggen. De eerste 10 jaar hebben wij adviesproducten ontwikkeld, een fijne klantenkring en een goede naam opgebouwd. Op dit moment telt onze organisatie circa 80 enthousiaste partners, die allen als zelfstandig ondernemer zijn aangesloten. De samenwerking tussen onze partners maakt dat wij voor de meest ingewikkelde problemen creatieve oplossingen weten te vinden. Met 80 man weet je nu eenmaal meer dan alleen”.

Hij sluit af: “Ik ben trots op onze klanten, veelal MKB-ondernemers. Ik ben trots op ons team van CM&P adviseurs, zij zijn allen 100% betrokken bij hun klanten. En ik ben trots op het directieteam wat achterblijft. Ik heb er alle vertrouwen in dat zij het goede weten te behouden en daarop verder bouwen. Misschien ben ik ook wel trots omdat mijn zoon Robert daar deelgenoot van is.”

Een glimlach kan hij bij die laatste opmerking niet onderdrukken.